De Bijbel, 2 Koningen 9

Hoofdstuk: 2 Koningen 9

33
Hij zei: Gooi haar naar beneden. En zij gooiden haar naar beneden, zodat een deel van haar bloed tegen de muur en tegen de paarden spatte, en hij vertrapte haar.
← naar Bijbel index

Abonneer op onze nieuwsbrief!