De Bijbel, Deuteronomium 25

Hoofdstuk: Deuteronomium 25

3
Veertig slagen mag hij hem laten geven; hij mag er niets aan toevoegen, omdat uw broeder anders, als hij hem boven deze nog meer slagen zou laten geven, voor uw ogen verachtelijk zou worden.
← naar Bijbel index

Abonneer op onze nieuwsbrief!