De Bijbel, Genesis 33

Hoofdstuk: Genesis 33

5
Toen sloeg hij zijn ogen op en zag de vrouwen en de kinderen. Hij vroeg: Wie heb je daar bij je? Jakob zei: Dat zijn de kinderen die God uw dienaar in Zijn genade geschonken heeft.
← naar Bijbel index

Abonneer op onze nieuwsbrief!