De Bijbel, Numeri 22

Hoofdstuk: Numeri 22

38
Toen zei Bileam tegen Balak: Zie, ik ben nu naar u toe gekomen; zal ik nu echter ook maar iets kunnen spreken? Het woord dat God mij in de mond legt, zal ik spreken.
← naar Bijbel index

Abonneer op onze nieuwsbrief!